Wanneer is observatie bij langdurig verzuim toegestaan?

Twijfel over een verzuimdossier rechtvaardigt niet meteen een observatie. Dit weegt een onderzoeker af voordat er iemand op straat staat.

Waarnemingsonderzoek is het zwaarste middel in een verzuimdossier en daarmee het laatste. Voordat het middel waarnemingsonderzoek wordt ingezet, moet duidelijk zijn welke concrete vraag beantwoord moet worden en waarom lichtere middelen – het gesprek, de bedrijfsarts, dossieronderzoek – geen uitsluitsel geven.

De afweging in drie stappen

Allereerst moet er een redelijk vermoeden zijn, onderbouwd met feiten uit het dossier en niet met een onderbuikgevoel. Vervolgens weegt de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer op tegen het belang van de werkgever. Tot slot bepaalt de proportionaliteit de duur: een waarnemingsonderzoek loopt dagen, geen weken, en stopt zodra het antwoord er ligt.

  • Vastgelegd vermoeden op basis van controleerbare feiten.
  • Lichtere middelen aantoonbaar ingezet of aantoonbaar zinloos.
  • Vooraf bepaalde onderzoeksvraag, duur en werkgebied.
  • Rapportage die ook standhoudt als de uitkomst de werkgever niet uitkomt.

Wat het oplevert

Een waarnemingsrapport beschrijft waarneembaar gedrag, niet de interpretatie daarvan. Juist die terughoudendheid maakt het bruikbaar bij de kantonrechter. In de meeste dossiers is de uitkomst overigens dat het verzuim terecht is – ook dat is een resultaat, en het beëindigt de discussie op de werkvloer.